dinsdag, november 25, 2008
OPTA neemt Reggefiber model als uitgangspunt
Het gaat hier uitsluitend om toegang tot de passieve laag (ODF toegang: optical distribution frame), niet om de actieve laag. De tarieven zijn van toepassing op ontbundelde lijnen, co-locatie en backhaul.
Opta stelt een tariefplafond voor om tot een goede trade-off in de tarifering te komen: niet te hoog (om concurrentie te stimuleren) en niet te laag (om investeringen te stimuleren). Dat moet er tevens voor zorgen dat de partijen geen buitensporige tarieven stellen en dat er evenmin marge-uitholling (squeeze) kan plaatsvinden. Aan het begin van iedere driejaarsperiode bekijkt de Opta of de IRR (internal rate of return) zich boven het normrendement bevindt. Zo ja, dan treedt het plafond in werking. Wel wordt de IRR jaarlijks geindexeerd (CPI).
Het tariefvoorstel is gebaseerd op de huidige tarieven van Reggefiber. De Opta hanteert een kostenmodel (DCF) gebaseerd op EDC/WPC (embedded direct cost/wholesale price cap). Daaruit leidt het een IRR af waarbij de netto contante waarde nul is. Het normrendement is gelijk aan een all-risk WACC (weighted average cost of capital). In de basis is de WACC afgeleid van het huidige kopernetwerk van KPN, vermeerderd met opslagen voor glasvezel (vanwege verhoogd risico) en regulering (die per definitie enige onzekerheid met zich meebrengt omdat soms achteraf ingegrepen wordt). Deze gevens dienen tegelijkertijd als input voor de NMa bij de beoordeling van de joint venture van KPN en Reggefiber (Glashart, met 41% voor KPN).
Indien de Opta bij toetsing een IRR meet die groter is dan de WACC, dan is er sprake van overwinst en gaat het tariefplafond omlaag. In het vervolg van de driejaarsperiode wordt deze wel jaarlijks vermeerderd met een inflatiecorrectie (CPI).
De Opta publiceert tevens de huidige Reggefiber-tarieven. Er zijn eenmalige kosten en terugkerende kosten. Eenmalig zijn de aansluitkosten (100 euro), kosten van de-patching (nader te bepalen), telco-telco migratie (125 euro) en een aansluitbijdrage per Area-PoP (point of presence; 3.000 euro). Terugkerend zijn de kosten van de verbinding van de Area-PoP met de City-PoP (600 euro per maand voor 2x28 fibers) en de huisvesting per Area-PoP (500 euro per maand). De hierop gebaseerde ODF-tarieven voor een fiber pair zijn nog afhankelijk van de capex-investering en varieren van 12 tot 15 euro per maand. Daarbij geldt een tariefplafond van resp. 14,50 en 17,50 euro per maand. Ten slotte wordt een grootverbruikkorting gegeven, van 2,5 procent bij 2.000 lijnen oplopend tot 20 procent bij 26.000 lijnen.
maandag, april 14, 2008
Daily Media in De Pers
Het bestek is kort, daardoor kwamen enkele zaken onvoldoende uit de verf:
- Business model, of beter het inkomstenmodel: de inkomsten voor Daily Media moeten uit revenue sharing komen (met name VoD). Het is een open platform waar allerlei dienstverleners op terecht kunnen. Daily Media krijgt steeds een fractie (de omvang varieert en kan soms 0 zijn) van de inkomsten. Interactiviteit (gemakkelijk doorclicken) kan t-commerce inkomsten opleveren en er zijn mogelijkheden voor 'highly targeted' advertenties.
- Distributiepartners: aanbieders van digitale TV (met name de kabel) worden vooral neergezet als potentieel slachtoffer. Het interessante is volgens mij juist de optie voor samenwerking: voeg nog wat toe aan de box (zoals een tuner voor Digitenne), en zo'n aanbieder kan zijn eigen box 'outsourcen' aan Daily Media. Voor de consument handig, dan heeft hij maar 1 box (of in ieder geval: maar 1 afstandsbedieneing - en daar gaat het om).
- Technologie: Het produkt is niet alleen gratis en zonder abonnement, maar vooral ook plug-and-play. Daarnaast is de codec (compressie) het vermelden waard, want al bij een beperkte bandbreedte is de beeldkwaliteit prima.
- Content: de aantrekkelijkheid zit volgens mij met name in zaken als Braziliaans voetbal. Allerlei niches in de 'long tail' kunnen worden aangeboord, in bepaalde gevallen door de juiste distributiepartner te kiezen.
donderdag, januari 17, 2008
SPEECH
Viviane REDING
Member of the European Commission responsible for Information
Society and Media
'The Access Revolution: an evolution
of regulation for competition'
KPN Annual Event
Brussels, 14 January 2008
Ladies and Gentlemen,
This conference addresses the central concern of telecoms sector today: the coming access revolution in high speed broadband. I have just been in Las Vegas for the annual Consumer Electronics Show and it is clear that convergence is on the march – converged high definition displays were on view everywhere. This is clearly the future. But to get to this future we need: first, services we can trust; second, open access to rich professional and user generated content; and third – the subject of today's conference – open, reliable and cheap bandwidth.
The state of play in high speed internet connectivity
Firstly, where are we today? After my visit to the USA last week, I am more than ever convinced that Europe is doing well on broadband availability and take-up. In July 2007, we had over 90 million connections in the EU25, 10 million up on January 2007. The average penetration rate of the 27 is at 18% and rising fast. Five European countries are world leaders (Denmark, Sweden, the Netherlands, Finland and Belgium) ahead of even South Korea and Japan, while the USA has slipped back to 15th place.
It has to be recognised that the EU average is being brought down by the slower moving EU markets. More than 30 percentage points separate the leading and the last-placed Member States. The single most important factor explaining this gap is lack of effective competition on the market because access regulation has not been effectively implemented.
In December, in its latest Lisbon Strategy update, the European Commission laid down a challenge to all Member States to move ahead on broadband take-up, to achieve a 30% penetration rate by 2010 and to embrace this target in their National Lisbon Strategies this year.
To assist this process, by summer in the mid-term review of the i2010 strategy, I will publish a new indicator of broadband take-up in Europe that compares national performance, not only on broadband penetration but also geographic coverage, speed, competition and price.
Advanced roll-out
As the structure of our future broadband performance indicator implies, the game is no longer solely about broadband penetration but about bandwidth, quality and openness to new services.
Content is becoming an essential factor, with the development of services such as IP-TV and mobile TV, in allowing market players to differentiate offers by developing bundled products. Further service development is likely to result in the need for significantly higher broadband speeds of up to 100 megabit per second or more.
On bandwidth speeds in Japan and Korea are top, based on extensive fibre optic networks. It is true in this respect we lag behind, but it should be noted that we doing at least as well as the USA as regards speed, with average connection rates of between 1 and 2 Megabits per second and 12 million fibre connections in both the US and the EU.
In my discussions last week, I was surprised how critical the industry is of broadband services in the US. I found a widely held view that the European regulatory framework and its emphasis on access obligations to open up competition is not at all the impediment to investment and innovation that some market players claim, but actually the main reason Europeans are ahead of the USA in terms of usage of new web services such as social networking sites and virtual worlds.
The regulation of access networks keeps open the potential bottleneck to competition in broadband markets. European rules have provided a real choice for consumers.
The European model is empirically proven to promote not just choice, competition and innovation but also investment: in 2006, investment in the EU telecom sector reached another peak of over €47 billion, 5% up on 2005. This was the fourth year on year increase since 2003. By the way, European investment is at least at the same level as other major regions (Asia Pacific: €44.3 billion and North America: €43.7 billion).
Investment
But there is an important new question to answer as we look at next generation networks offering high bandwidth, available everywhere, cheap and open to innovation and competition. Where will the investment come from to move us from legacy copper networks to new high bandwidth networks?
It is clear that next generation core networks are interesting to market investors: we have seen investments in such networks across most of Europe. But access networks are more difficult for two reasons. The cost of the upgrade is high (between 300€ and 1000€ per household on average, in many places even more!). Second, access is the bottleneck and therefore it creates competition problems. If one player can get hold of this bottleneck he will have the means and motivation to shut off the market to other players – or at least give access to who he wants and on the terms he wants.
How we treat next generation access is therefore the single most important policy question in the telecoms sector today. We have to create incentives for investment whilst making sure that no-one (and I insist on this no-one), can be in a position to foreclose the market.
What are the incentives to invest? The key is a stable and predictable regulatory environment. Investment decisions are finely balanced. If we are to encourage market players to invest in upgrades to the access networks, they will need to be able to offer a long term return on investment to their investors.
Regulation has a role to play here. I see it as entirely appropriate for regulators to allow infrastructure providers to make a reliable return on next generation access investments in return for testable guarantees of non-discrimination and an agreed plan for infrastructural investment that will lead to an open, high speed infrastructure. By the way, one of the potential attractions of functionally separating access networks is to make this incentive structure clearer and more operational.
The traditional revenues from voice calls are still large but year on year they are declining; there has been increasing revenue from broadband services, but not at a level that can offset this decline. Incumbents are searching for alternative revenue streams, bundling multiple services on their infrastructure is one of those.
An EU survey (1) showed that 18% of EU households subscribe to at least one bundled service, and that the most frequently purchased service package is a 'double play' offer of fixed voice telephony and internet. My worry is that such bundling will, de facto, stifle choice and innovation. The traditional operators have every reason to try to channel traffic through their own services and to close off the open nature of the internet, especially if they are faced with demands from investors for more revenue to pay back major investments.
(1) e-Communications Household Survey (July 2006), Special Eurobarometer, European Commission
How will we get there?
Let me be very direct: except where the structure of the market has non-discrimination built into it such as in a well designed system of functional or structural separation the incentive of the telecom company is to design new infrastructures in a way that controls or chokes off competition.
If we look from this perspective at the three different models of network upgrade that are being envisaged for next generation access we see some very interesting developments.
The first model involves VDSL deployment whereby the local loop is upgraded to fibre between the local exchange and the street cabinet. At the street cabinet, higher capacity VDSL modems are installed. Such deployments are relatively quick and cheap to deploy but face capacity constraints in the medium term as bandwidth demand rises up. In terms of open competition however there are serious concerns that VDSL could be attractive to incumbent telecom operators, because they require competitive market entrants to substantially scale up their investment in switching capacity. In even a small country such as the Netherlands a shift from ADSL to VDSL demands about a tenfold increase in the number of switches. Competitors that are unable or unwilling to scale up their investment would be forced out or forced back on the incumbent networks. I wonder, therefore, if VDSL is not a dead end street for both future capacity and competition.
The second model involves deployment of passive optical networks. This brings fibre-to-the-building using existing ducts, since a single fibre is used to carry the traffic to and from multiple users. In the short term it will deliver much higher bandwidths than ADSL or VDSL and is cheaper than end to end fibre to the home. But the flexibility in the medium term may be more limited, not least because the end user equipment and the equipment in the network have to be compatible. Unbundling these passive fibre networks is therefore more difficult and the incumbent increases control.
The third model is point-to-point fibre deployment. This is in fact the only fully future proof approach in terms of ability to deliver more and more capacity as techniques improve and as demand grows. Moreover it is the only approach to next generation access that permits a completely open access policy with the unbundling that has put Europe in the lead today. The difficulty here is cost: existing ducts are often too small to allow multiple fibres to pass through and therefore major construction spending is required. This is by far the most expensive option.
Will regulation persist?
We can see that the choice of which type of Next Generation Access is offered is not neutral. Market investors have a strong incentive to keep investment costs low and where possible increase their control over the access bottleneck. That is why in my opinion regulation will and must persist, so that open access is guaranteed through effective non-discrimination obligations.
The remedies will however have to be adapted to the access solution that has been implemented. In the case of VDSL, unbundling requirements at street cabinet would have to continue to allow competitive access operators to stay in business.
It is unclear that passive optical networks can be unbundled in the way that we see today on copper networks. This requires close attention and probably experimentation with novel architectures, using wave division technology to offer virtual unbundling as a more flexible alternative to bitstream access.
Point-to-point fibre deployment, meanwhile is rarely being deployed by private market investors. Certainly, this is due to its high cost, but it is also probably due to its openness. Where we do see it being used is in open access schemes initiated by municipalities, in cities such as Stockholm and Amsterdam. These schemes are local partnerships that take a pure "infrastructure utility" approach by building ducts and end to end dark fibre and then leasing access to service providers. Clearly by so doing these cities have created for their business and citizens a future proof network infrastructure and for the investors in the networks a very long term stable return on their investment given that ducts and dark fibre have a potential operating life of several decades. Under these conditions of guaranteed open access circumstances, perhaps, infrastructural competition is less important than an open and high performance platform.
However, the municipal solution seems unlikely to be relevant for all of Europe and could lead to a very fragmented landscape. Nevertheless: the industry and regulators, should consider well these models because they represent a legitimate concern by local representatives who want to have a future-orientated and open network in their city.
Whichever infrastructure route we take forward, my conclusion is clear: regulation will have a role to play to keep networks open and to guarantee progress, efficiency and choice. We are approaching a revolution in terms of network access; we have to make sure that the revolution delivers not just high speed access but choice and innovation.
Thank you for your attention.
dinsdag, januari 08, 2008
Telewerken en FTTH hoger op de politieke agenda's?
Het artikel van Vincent Dekker kwam niet als een verrassing. Hij was kennelijk net zo onder de indruk van Melody’s betoog, bij de conferentie ‘Broadband Cities’ (november jl.), als ik. Vincent, die ik daar ontmoette, geeft in het artikel de stand van zaken goed weer. Melody is overduidelijk tegen het opkopen van bedrijven als KPN door private equity instellingen – en dat terwijl de overheid er geen bezwaar in ziet. Een dergelijke scheidslijn is ook goed te trekken tussen het politieke links (tegen) en rechts (voor).
Laat ik in het kort de bevindingen van William Melody, die o.a. doceert aan de London School of Economics, samenvatten. Afgelopen zomer publiceerde hij een rapport over de stand van zaken bij TDC, de voormalige Deense PTT. Dit bedrijf werd begin 2006 door private equity investeerders opgekocht. ‘The usual suspects’ zaten in het consortium: APAX, Blackstone, KKR en Providence. Sindsdien hebben de nieuwe eigenaren zichzelf exorbitante dividenden laten uitbetalen, gefinancierd door leningen uit naam van TDC en door de verkoop van talloze buitenlandse assets. De rentelasten zorgen ervoor dat TDC nauwelijks meer geld over heeft om te investeren in het Deense vaste net. Het gevolg is dat Denemarken nu begint achter te lopen op het gebied van breedbandpenetratie.
Zonder nu de Milton Friedman (vrije markten) vs. Naomi Klein (anti-globalist) tegenstelling helemaal te willen uitdiepen, vind ik het wel interessant om te bepalen waar nu precies het meningsverschil zit. Talloze voormalige overheidsbedrijven zijn met succes geprivatiseerd, maar waar het om zorg, de trein en nu dus ook het telefoonnet gaat, lopen de meningen uiteen. Is er hier sprake van natuurlijke monopolies? Of heeft marktwerking ongewenste neveneffecten?
Het grote pijnpunt is volgens mij de korte horizon van private equity. In het geval van TDC is dat vijf jaar, daarna willen ze de tent weer verkopen. Daardoor zijn investeringen voor de langere termijn uitgesloten. Denk aan FTTH, fiber-to-the-home. Een dergelijke nieuwe infrastructuur, zo is mijn stellige overtuiging, is een voorwaarde voor telewerken, iets waarvoor de FNV zich sinds kort sterk maakt. Meer telewerken betekent: een hogere productiviteit (minder tijdverlies in de file, flexibel met je tijd omgaan), een beter milieu (minder files), een hogere arbeidsmarktparticipatie (herintredende moeders en gedeeltelijk gehandicapten kunnen makkelijker terugkeren) en een betere ‘quality of life’ (werken en wonen waar je wilt). Als dat geen recept is voor economische groei en politiek succes – voor ‘links’ én ‘rechts’!
Maar, er is dus sprake van een impasse. Aan de ene kant geloven ‘we’ in vrije markten en minimale regulering, aan de andere kant zien ‘we’ de voordelen van FTTH.
Hoe komen we eruit? Ik zie de volgende routes:
1. Niets doen en hopen dat het vanzelf weggaat. KPN sluipt de FTTH-markt in door per jaar pakweg 2% van het kopernet te verglazen. Gaat private equity ons land voorbij (drie weesgegroetjes), dan verdwijnt het probleem op termijn dus vanzelf.
2. Regulering. Dat is de optie van Melody. Wat het precies zou kunnen betekenen, weet ik niet. Het lijkt me hopeloos ingewikkeld en kansloos.
3. Bewustwording. Met een beetje geluk, en pressie vanuit de FNV, komt telewerken (en dus FTTH) hoog op de politieke agenda’s. Daardoor wordt FTTH beter op waarde geschat (letterlijk), ook door hen die een korte termijn horizon hebben: beleggers, private equity en menig ondernemingsbestuur (als gevolg van korte termijn incentivering).
4. Goed management. Niet alleen moeten telecombedrijven zwaar inzetten op FTTH, ze doen er daarnaast goed aan de balans niet te laten ‘verslappen’. Met een fors deel vreemd vermogen frustreer je het private equity spel, dat gebaseerd is op lenen uit naam van de prooi. Gecombineerd met een hogere beurswaardering (door een hogere waardering van FTTH) krijgen deze fondsen bijgevolg hun rekensommetjes niet meer rond en zullen ze ergens anders moeten gaan jagen.
Het zal duidelijk zijn dat een combinatie van 3 en 4 mijn voorkeur heeft.
woensdag, september 26, 2007
KPN mikt op prijselasticiteit en outsourcing

Mobiele telefonie is in Duitsland relatief weinig populair, getuige het lage aantal belminuten per klant per maand. Scheepbouwer wijst op gemiddelde belkosten van 14 c/min, ofwel 3.5 x de kosten van 'vast'. In andere Europese landen is dat slechts 2 x. Het tarief moet omlaag naar 8 c/min, vindt Scheepbouwer. Prijselasticiteit (dus scherp hogere volumes) moet ervoor zorgen dat de omzet er niet onder lijdt. Hinderpaal bij zo'n tarief is het afwikkeltarief (mobile termination), dat momenteel nog boven de 8 c/min ligt. T-Mobile en Vodafone hanteren 9.94 c/min, E-Plus en O2 zitten op 8.78 c/min.
Hiermee wil KPN het marktaandeel verder laten groeien. Het is wat omslachtig verwoord, en daardoor verkeerd geciteerd op andere bronnen (van 15% naar 30%), maar het komt neer op wat er in de tabel staat (30% van de mobile-only markt).
Interessant, maar door de andere media over het hoofd gezien, zijn de uitlatingen over outsourcing (E-Plus heeft al een deal met Alcatel-Lucent). Het enige wat KPN wil doen is verkoop, marketing en kwaliteitsbewaking.
Opmerkingen:
- Ik ben positief over dit inzetten op elasticiteit. Op lange termijn zullen de tarieven van vast en mobiel verder convergeren. Mobiel bellen zal vast bellen steeds verder verdringen.
- De marktleiders T-Mobile en Vodafone zullen last houden van E-Plus, dat gestaag marktaandeel wint. Echter, de E-Plus strategie (het in de markt zetten van goedkope sub-brands zoals Simyo en Base) zal verder navolging vinden. Onlangs is O2 gestart met Fonic en T-Mobile met congstar (double play met internet).
- Wat outsourcing betreft: het wachten is op outsourcing van het vaste net. KPN heeft al een reeks deals voor deelgebieden gesloten met o.a. IBM en Accenture.
dinsdag, september 04, 2007
KPN kent de 'sweet spots'
- FCF: 'het zit wel goed met onze free cashflow', lijkt men te willen zeggen. De omzetgroei is minimaal, maar de kosten gaan omlaag door het All-IP project en de investeringen (in IPTV) zijn goed te dragen. Toch is het geen echte verrassing, want de EBITDA ligt vrij stabiel op tegen de EUR 5 miljard en de capex op grofweg ruim EUR 1.5 miljard. Dan blijft er nog wel wat ruimte over (als je ook Getronics meeneemt).
- Acquisities: “... verwacht in de resterende maanden van 2007 geen overnamekansen die tot een significant hogere aandeelhouderswaarde kunnen leiden“. Een 'politiek zeer correcte' formulering. Beleggers horen dit graag. Bouygues is van de baan en blijkbaar is Getronics genoeg om in de ICT uit te breiden.
- Koers: “... om zodoende te kunnen profiteren van de lage beurskoersen“. Een duidelijke boodschap. Heel anders dan Wolters Kluwer, dat zijn inkoopprogramma traag uitvoert, terwijl de koers dipt.
woensdag, juli 04, 2007
Netwerkscheiding en FTTH
Inleiding
Netwerkscheiding is het scheiden van netwerkbeheer en dienstverlening (dus het doorbreken van verticale integratie) en is van toepassing op incumbents (zeg maar PTT's) in de telecom, maar ook op nutsbedrijven, het spoor en zelfs de post. Er zijn verschillende gradaties:
- Accounting separation: gescheiden financiele rapportage.
- Functional separation: netwerkbeheer in een aparte business unit, gecombineerd met operationele regels en een Chinese muur.
- Structural separation: het netwerkbedrijf wordt afgesplitst als dochterbedrijf.
- Ownership regulation: het netwerkbedrijf wordt verkocht.
Algemeen
Scheiding (separation) is relevant waar een monopolie, of ten minste aanmerkelijke marktmacht (significant market power, SMP), doorbroken moet worden. Concurrende dienstverleners (service providers) moeten onder gelijke voorwaarden (equivalence, non-discrimination) toegang hebben tot het netwerk van de netwerkbeheerder (access provider). Hier gaat het niet alleen om gelijke tarieven, maar ook om zaken als: vertragingstactieken en verlagen van de prioriteit als het gaat om concurrerende service providers. Daardoor ontstaat een level playing field voor de service provider die gelieerd is aan het netwerkbedrijf enerzijds en de concurrentie anderzijds. Toezichthouders (National Regulatory Agencies, NRA) streven naar concurrentie op basis van eigen infrastructuur (infrastructure-based competition), dus service providers worden gestimuleerd zelf bij te dragen aan de infrastructuur. In het ideale geval ontstaan diverse infrastructuren (replication), opdat regulering weer beeindigd kan worden. Volledige replicatie komt echter niet voor, maar scheiding kan er op zijn minst voor zorgen dat de regulering van de retailmarkt (tarieven voor eindgebruikers) gestopt kan worden; dit in tegenstelling tot de wholesalemarkt (prijzen die het netwerkbedrijf rekent aan service providers).
Voor- en nadelen
De voordelen van separation zijn duidelijk (zie boven). Je zou kunnen zeggen: volledige ownership regulation is het ideaal. Er zijn echter ook nadelen. Ten eerste moeten er kosten gemaakt worden voor het scheiden van beide bedrijfsonderdelen: reorganisatie, splitsen, het dupliceren van activiteiten. Daardoor gaan de wholesaletarieven voor alle service providers omhoog. Ten tweede dreigt het netwerkbedrijf geen incentive meer te hebben om te investeren. Dat zal de kwaliteit onder druk zetten. Kortom, separation impliceert regulering van prijzen op wholesaleniveau, maar ook regulering van kwaliteit, investeringen en dienstenpakket (portfolio).
Een probleem in de telecom (in tegenstelling tot nuts en spoor) is dat de technologie rap verandert. Daardoor kan de scheiding tussen netwerk en diensten vandaag anders worden aangebracht dan misschien morgen het geval zal zijn. Distributienetwerken in nuts en spoor zijn ook eerder aan te merken als natuurlijke monopolies. In telecom echter is wel sprake van replicatie (duplicatie) van netwerkonderdelen door concurrenten. Scheiding van de incumbent impliceert dus een einde aan verticale integratie, terwijl de concurrenten wel verticaal geintegreerd kunnen blijven.
De praktijk
BT geldt in de telecom als lichtend voorbeeld. Functionele scheiding resulteerde in de oprichting van Openreach. Dat was goed voor de concurrentie (de LLU-markt kwam nu pas goed van de grond), voor de consument (prijsoorlog in de breedbandmarkt, penetratie schiet omhoog) en voor BT (outperformance van het aandeel). Wel heeft de prijsoorlog tot een grote consolidatie geleid. Het succes heeft ervoor gezorgd dat de Europese Commissie nu onderzoekt of het model overal in Europa ingevoerd kan worden (of ten minste als instrument aan de lokale NRA kan worden aangereikt).
Conclusie
Persoonlijk verwacht ik dat separation in veel landen zal worden ingevoerd. Ik ga er zelfs van uit dat het op termijn naar ownership regulation gaat. Daarnaast zie ik glasvezelnetwerken als natuurlijke monopolies en replicatie zou zinloos zijn. Ik ben daarom voorstander van landelijke FTTH-netwerken in handen van bijvoorbeeld een public/private partnership (PPP), zeg maar de NetCo. Die moet natuurlijk gereguleerd worden, waarbij het een aantrekkelijke return kan maken. Telecom New Zealand laat al weten een pure service provider te willen zijn.
Ik denk dat het gevaar van onderinvesteren (gebrek aan incentive) klein is, omdat de wholesaletarieven gebruiksafhankelijk kunnen zijn (ander dan in de eindgebruikersmarkt, waar de flat-fee gangbaar is: dat zorgt voor beperklte pricing power als gevolg van het Broadband Incentive Problem). Een groot aantal service providers betekent uitstekende dienstverlening, stijgend gebruik, meer omzet voor de NetCo en dus ruimte om te investeren zodat steeds meer diensten mogelijk worden.
Slotwoord
Samen met andere bloggers heb ik deze week een initiatief gestart: The Fibre Ring. Het gaat om Stefano Quintarelli (Italie), Keith McMahon (GB), Benoit Felten en Jean Michel Billaut, aangevuld met Dirk van der Woude, die voor de gemeente Amsterdam meewerkt aan het realiseren van Citynet. We werken aan een website met blogroll en wiki en bovendien een Manifesto/Declaration voor het stimuleren van FTTH-initiatieven.
donderdag, juni 07, 2007
Het hoe en waarom van FTTH
Reden voor verglazing is het netwerk geschikt te maken voor nieuwe diensten, zeg maar de triple play: telefonie, breedbandinternet, tv/video. Telco's (van oorspong slechts voor telefonie) en cableco's (van oorspong slechts tv) dwingen elkaar hiertoe en boren op deze manier nieuwe inkomstenbronnen aan.
Verglazing van de local loop is duur (capex, vooral voor het openen van de stoep) en bedrijven schuiven dit dan ook voor zich uit. De onderbouwing voor verglazing is technisch van aard (fiber als ultiem medium), maar ook financieel (capex vs. opex), markttechnisch (nieuwe toetreders) en beleggingstechnisch (hoe reageert de markt?):
- Technisch. Over het algemeen is men het erover eens dat fiber het ultieme medium is. Dat betreft zowel performance (bandbreedte dus capaciteit en snelheid, maar ook QoS: quality of service) als onderhoudskosten (opex).
Totdat het zover is, houden bedrijven doorgaans vast aan de prestaties van koper (opgewaardeerd met DSL-technologie) en coax (met DOCSIS-technologie). De nieuwste DSL-variant (VDSL2) gaat tot zo'n 100 Mbps en de nieuwste DOCSIS-variant (DOCSIS 3.0) gaat tot 160 Mbps.
Ook mensen die betrokken zijn bij nieuwe ('revolutionaire') draadloze technologieen (zoals WiMAX, xMax, LTE, 4G) willen nog wel eens twijfelen aan de noodzaak van fiber in toegangsnetwerken. - Financieel: FTTH is duur (capex), maar biedt tevens kostenbesparingen (opex). BT zegt de business case van FTTH niet rond te krijgen, terwijl Verizon (VS) en NTT (Japan) het wel kunnen.
- Markttechnisch: Nieuwe toetreders met gedurfde plannen dwingen enkele PTT's het FTTH-pad op (zie boven), met name in Frankrijk en Japan. Wanneer voelt KPN de druk van Reggefiber dermate toenemen dat het ook een landelijk FTTH-plan moet maken? Vroeg of laat zal het wel zover komen, want KPN behoort tot de partijen die in beginsel het belang van FTTH erkennen. Ook is het een manier voor PTT's om weer een voorsprong te nemen op de kabel.
- Beleggingstechnisch: De vraag voor het management is ook: hoe reageert de beurs op een FTTH-plan?
De kabel heeft er net een kostbare opwaardering op zitten en heeft er nauwelijks geld voor. (Toen Comcast recent het capex-budget verruimde, reageerde de koers direct negatief.) Het coaxnetwerk was namelijk gebouwd voor analoge TV (dus niet tweeweg) en moest geschikt gemaakt worden voor tweeweg digitale signalen. Daarbij is glasvezel tegelijk verder doorgetrokken naar de klant. In dat opzicht heeft de kabel een voorsprong genomen op telecomnetwerken. Let wel: telecomnetwerken zijn altijd al tweeweg geweest (immers, bellen vergt tweeweg, het ontvangen van TV niet).
Telecombedrijven (PTT's) dragen nog de littekens van de internetbubble en denken een gedurfd FTTH-plan niet aan de markt kwijt te kunnen.
Van land tot land zijn er grote verschillen:
- Nederland: de kabel heeft FTTH categorisch afgewezen. KPN wilde gezamenlijk een Deltaplan Glas uitvoeren (1 netwerk te bouwen door alle participanten), maar zag dit dus getorpedeerd. KPN vindt een landelijk FTTH-netwerk te duur om in z'n eentje aan te leggen en beperkt zich tot greenfieldprojecten. Reggefiber (van Dick Wessels) voert een sluipende aanval uit op KPN, met tal van lokale initiatieven. Bijvoorbeeld in Nuenen hebben KPN en de kabel bijna geen abonnees meer.
- Frankrijk: onder druk van 'nieuwe' toetreders Iliad (bekend van de merknaam Free) en neuf Cegetel is France Telecom overstag gegaan en heeft nu ook een ambitieus FTTH plan.
- Japan: vergelijkbaar met Frankrijk.
- VS: in dit duopolie land (telco vs. kabel, zonder resellers zoals Tele2) lopen de meningen sterk uiteen. Kabelbedrijf Comcast kan het zijn aandeelhouders niet aandoen wederom zwaar te investeren en zegt dat zijn netwerk goed genoeg is. Wat de telco's betreft doet AT&T geen FTTH (te duur) maar Verizon wel.
- Algemeen:
Munifiber: Overal ter wereld bemoeien gemeenten zich er steeds meer mee ('munifiber'), vooral in Scandinavie, Nederland, de VS en Frankrijk. Dit gebeurt vaak via public/private partnerships (PPP), zoals in Amsterdam. In de VS verzetten telco's en cableco's zich met hand en tand. Zware lobby-activiteiten (resulterend in wetgeving) hebben ervoor gezorgd dat munifiber in veel staten slechts moeizaam van de grond komt.
FTTC: KPN, Deutsche Telekom en AT&T zijn voorbeelden van telco's die een interimstrategie volgen: zij verglazen de local loop niet, maar trekken glasvezel wel verder door naar de klant, namelijk van de centrale naar de straatkast: Fiber to the Cabinet (FTTC). De grote kosten (het openleggen van de stoepen) schuiven ze dus voor zich uit. Voordeel is wel dat vanuit de straatkast VDSL-technologie kan worden toegepast. Dit werkt namelijk uitsluitend op een korte local loop (van maximaal pakweg een kilometer). VDSL is sterk afstandsafhankelijk: de performance verslechtert rap als de klant verder dan een kilometer van de straatkast af woont.
dinsdag, mei 15, 2007
Telco 2.0: open vs. verticaal geintegreerd
De ware Telco 2.0:
- Mikt niet op verticale integratie. Ieder z'n sport. Je moet niet alles willen, partneren is beter. Schoenmaker hou je bij je leest.
- En dus ook: Splitst zijn netwerk af. Het netwerk vervoert bitjes en is een natuurlijk monopolie. Vergelijk het splitsen van netwerk en diensten bij het spoor (Prorail en de NS), nutsbedrijven (Nuon./Essent moet mogelijk splitsen) en misschien zelfs in de posterijen. Het bekende voorbeeld is Openreach, waarin BT zijn toegangsnetwerk heeft ondergebracht. Het netwerk moet een lean & mean bedrijf zijn, met stabiele (gereguleerde) cashflows.
- Stelt zijn netwerk open voor andere aanbieders. Door wholesale partners (naast de eigen retailorganisaties) toe te laten stijgt de bezettingsgraad, neemt de waarde van het netwerk toe, worden nieuwe diensten aangeboden op het netwerk en boort het een nieuwe inkomstenbron aan: wholesale.
- Biedt natuurlijk ook zelf vernieuwende retailprodukten aan. Vergeet niet dat je moet concurreren met sterk innovatieve bedrijven als Google en zelfs Amazon.com. Denk aan VoIP, email, YouTube en talloze mooie webapplicaties.
- En diversificeert in ICT-diensten voor zakelijke klanten.
Martin wijst op de herstructureringen die PTT's ondergaan.
- Oud: het netwerk stond centraal: vast, mobiel, internationaal.
- Momenteel schakelt KPN over op een klantgerichte structuur: consumenten, bedrijven, operators. BT is met Openreach een stap verder gegaan: deze nieuwe unit bedient alle retailorganisaties en heeft daarnaast een prikkel om ook nieuwe klanten (wholesale dus) op te zoeken.
- Recent ging BT nog een stapje verder, met de oprichting van BT Design en BT Operate. De eerste gaat 'software-driven broadband services' ontwikkelen, terwijl de tweede ze zal laten draaien. Het lijkt erop dat BT Design dus vol gaat concurreren met Google! Daarbij heeft het diverse voordelen, vooral een groot aantal bestaande betalende klanten. BT Operate gaat de concurrentie aan met Amazon.com, dat zijn servernetwerk aanbiedt voor web services.
Femtocell vs. homezone

De betekenis ervan wordt duidelijk als je de femtocell beziet in het licht van FMS (fixed mobile subsitution, een tool voor mobiele operators) en vooral FMC (fixed mobile convergence, een tool voor vaste aanbieders).
Verhouding tot FMC
Vaste operators, met name BT (Fusion), DT (T-One), FT (Unik, Unique), TI (Unica) en TeliaSonera (HomeFree) zijn ermee actief: met een handset bel je thuis via WiFi (backhaul via DSL) en elders via het mobiele netwerk van een partner. De gebruikte technologie is in veel gevallen UMA ('unlicensed mobile access'). Zie de tabel.
Technische problemen
Er liggen ook nog een paar technische hindernissen voor femtocells:
- De technologie is nog niet uitontwikkeld. Er is nog geen standaard, laat staan commercieel verkrijgbare produkten.
- Net als bij UMA is handover een probleem: een gesprek mag niet wegvallen als de beller het huis verlaat.
- Zeker in het begin zal de prijs vrij hoog zijn ($100). De operator zal deze allicht moeten subsidieren.
Concurrentie van FMS
De Duitse trend van homezones (jaren geleden begonnen door O2: Genion service) breidt zich over Europa uit en biedt in zekere zin ook wat femtocells willen: thuis eenvoudig en goedkoop bellen (ook al lost de homezone het\nprobleem van gebrekkige indoor coverage niet op). Onderzoek toont aan dat gebruikers nu eenmaal vaak kiezen voor de mobiele telefoon, ook als een vaste lijn binnen bereik is. De homezone heeft daarbij het voordeel dat geen extra hardware of een DSL-lijn nodig is. Een nadeel is weer dat de homezone-diensten alleen gelden voor spraak.
Opvallend is dat juist in Duitsland een UMA-produkt (T-One van Deutsche Telekom) bij gebrek aan succes van de markt gehaald is. Misschien hebben de femtocells meer succes.
donderdag, mei 03, 2007
xG Technology: van koerssprong tot vitriool
Achtergronden:
- Dean Bubley is een zeer gewaardeerd insider.
- xG Technology claimt revolutionaire technologie (beter dan WiMAX). Dr Stuart Schwartz van de Princeton University staat in voor de revolutionaire technologie. Niettemin houdt Dean zijn twijfels.
- De marktkapitalisatie is $1.8mrd. Sinds de beursgang in november (eerste handel $4.55) is de koers verdrievoudigd. De omzet is nog nihil, maar de eerste base stations worden nu uitgeleverd.
maandag, april 23, 2007
De weg naar FTTH
De regelgeving in de telecomsector wijzigt de komende jaren door technologische innovaties, veranderingen in de vraag en consolidatie. Het landschap gaat er daardoor heel anders uitzien. Dat betekent grote wijzigingen voor niet alleen KPN en de aanbieders die van het KPN-netwerk gebruikmaken, maar mogelijk ook voor de kabelexploitanten.
Dit zijn de uitgangspunten daarbij:
1. Monopolies zijn uit den boze.
2. We hebben liever infrastructuur- dan dienstenconcurrentie.
3. Naast intermodale concurrentie (tussen concurrerende infrastructuren) willen we ook intramodale concurrentie (op de verschillende infrastructuren).
4. De behoefte aan bandbreedte groeit snel en noopt tot nieuwe-generatie netwerken. In het algemeen geldt IP als meest efficiënte netwerkprotocol en glasvezel als beste infrastructuur.
5. De kabel is een concurrerende infrastructuur en mogelijk zorgen de stroomdraad (BPL, ‘broadband over powerline’) en draadloze technologieën (WiMAX), voor nóg een toegang tot de consument.
Ik sta nu stuk voor stuk stil bij deze uitgangspunten.
1. Geen monopolies
Hierover kunnen we kort zijn. We hebben de PTT en de kabel, dus in het slechtste geval gaan we naar een duopolie toe. Meer hierover onder punt 3.
2. Infrastructuur- boven dienstenconcurrentie
De gangbare visie is dat dienstenconcurrentie aanbieders uitsluitend in staat stelt te concurreren op prijs en kwaliteit van de dienstverlening, terwijl infrastructuurconcurrentie ook produktdifferentiatie mogelijk maakt. Resellers voegen eigenlijk maar weinig toe aan de markt, wat ook blijkt uit het feit dat zij volledig van de toezichthouder afhankelijk zijn in hun voortbestaan. Een kleine prijs-squeeze van KPN, en foetsie (lees: failliet) is de alternatieve aanbieder.
Er is echter ook ruimte voor een ietwat dissidente mening: vergeet concurrentie op infrastructuur. Het gaat toch allemaal maar om bits. De applicaties verschuiven naar de rand van het netwerk. Denk bijvoorbeeld aan Skype (VoIP) en Joost (IPTV). Het enige wat je daarvoor nodig hebt is een robuuste breedbandverbinding, en de klant doet de was voortaan zelf.
3. Intra- en intermodale concurrentie
Zonder intramodale concurrentie zou KPN een monopolie hebben op haar netwerk. Dat is te meer onwenselijk vanwege de grote marktmacht van KPN (althans in telefonie). KPN heeft dan ook te maken met intramodale concurrentie van zowel infractuurspelers (Tele2, Orange, bbned en Tiscali NL) als van resellers (zoals Scarlet).
Kabelaanbieders als UPC hebben ook een monopolie op hun netwerk, maar hebben geen landelijke dekking. Hun macht op de TV-markt is dus in zekere zin beperkt. Overigens is er wel sprake van consolidatie: Casema, Multikabel en Kabelcom gaan samen en komen op een marktaandeel van rond de 50%. UPC heeft ongeveer dezelfde grootte en dan is er nog een reeks kleintjes.
Hoe dan ook, er is dus geen ‘level playing field’ tussen telefoon- en kabelnetwerk. Dat is KPN een doorn in het oog en de politiek will ook op de kabel intramodale concurrentie. Echter, als UPC en de Casema-groep nog eens samengaan (de eerste geruchten hebben hun ronde al gemaakt), zou KPN kunnen gaan lobbyen voor een duopolie. Zo’n situatie bestaat al in de VS – met het ongewenste nevenresultaat dat de penetratie van breedband (laag) en de tarieven (hoog) er achterlopen bij die van de andere ontwikkelde landen.
Een duopolie lijkt vergezochter dan het lijkt. De huidige regelgeving rond de intramodale concurrentie op het netwerk van KPN is namelijk achterhaald aan het raken (zie punt 4). Orange NL, bbned en Tiscali NL hebben dan ook al anderhalf jaar niet meer geïnvesteerd en hebben te koop gestaan. KPN wil Tiscali NL overnemen (de NMa beslist hierover in mei of juni), maar kopers voor Orange NL (dochter van France Télécom) en bbned (dochter van Telecom Italia) zijn blijkbaar niet te vinden. Kortom, als ook nog Tele2 de handdoek in de ring gooit, kan de NMa een fusie toestaan van UPC en Casema en is een duopolie nabij.
4. IP en glasvezel voor bandbreedte
KPN bouwt momenteel een ‘All-IP’ netwerk. Dat bestaat enerzijds uit een netwerk dat uitsluitend nog van IP (internet protocol) gebruik maakt, waardoor de kosten sterk dalen. Anderzijds legt KPN glasvezel tot steeds dichter bij de eindklant. Glasvezel biedt namelijk meer bandbreedte (capaciteit) dan koper (waarvan de bandbreedte ‘gepimpt’ wordt met DSL-technologie). De vraag naar bandbreedte stijgt exponentieel door zaken als web 2.0 (uploaden en downloaden van bijvoorbeeld filmpjes), IPTV (tv via het telefoonnet), HDTV (hoge definitie tv: meer beeldpuntjes, waardoor pakweg drie maal zoveel bandbreedte nodig is als voor standaard definitie tv), ‘gamen’ en beeldtelefonie.
Op dit moment reikt het glasvezel tot de centrale (MDF-locatie, ‘main distribution frame’) en van daar tot de gebruiker ligt een koperdraad (met daarop ADSL2+). KPN wil de komende jaren de glasvezel doortrekken van de 1350 MDF-locaties naar zo’n 24 duizend straatkasten. Van de straatkast naar de gebruiker loopt dan de koperdraad, waarop de nieuwste DSL-variant wordt losgelaten: VDSL2. Bijkomend voordeel: de 1350 MDF-locaties kunnen dicht en verkocht worden (op zo’n 200 na).
De combinatie glas-tot-MDF (FttExchange) + ADSL2+ biedt een bandbreedte van maximaal 24 Mbps (megabit per seconde). De werkelijke bandbreedte is echter sterk afhankelijk van de afstand en zal in de praktijk hooguit gemiddeld zo’n 10 Mbps zijn: nauwelijks genoeg voor HDTV, laat staat voor tegelijk tv-kijken, surfen en bellen. KPN heeft dit netwerk momenteel vrijwel landelijk dekkend.
De combinatie glas-tot-straatkast (FttStreetCabinet) + VDSL2 zal de bandbreedte vertwee- tot verviervoudigen. Now you’re talkin’!
Er is echter een probleem. Een GROOT probleem. De infrastructuur van Tele2, Orange, bbned en Tiscali NL staat opgesteld … in de MDF-locaties van KPN! Sluit KPN deze vastgoedlocaties, dan kan de apparatuur (zogenoemde DSLAM’s) van deze aanbieders dus gevoeglijk op de schroothoop. Willen we (lees: de OPTA) vasthouden aan intramodale infrastructuurconcurrentie op het netwerk van KPN, dan moeten we dus naar andere regelgeving toe. De huidige regels voorzien immers in toegang tot de MDF-locaties van KPN. Toegang tot de straatkasten is in theorie een alternatief, maar onderzoeksbureau Analysys heeft voor de OPTA berekend dat dat geen economisch haalbaar alternatief is. (En dan is er nog het probleem van de beperkte ruimte in de kleine straatkasten van KPN, iets wat we op deze plaats al eerder besproken hebben.)
Een oplossing van geheel andere aard is de splitsing van KPN in een netwerkbedrijf en een dienstenaanbieder. Dat is een model dat ook kan worden toegepast op nutsbedrijven en op spoorwegondernemingen (ProRail vs. NS). Zo is binnen het Britse BT het aansluitnetwerk (MDF-locaties + koper) afgesplitst in het nieuwe BT-onderdeel Openreach. De Europese Commissie ziet dit als lichtend voorbeeld voor Europa. Het garandeert namelijk een ‘level playing field’ tussen alle dienstenaanbieders op het netwerk van KPN (zeg maar, de retailorganisatie van KPN en Scarlet).
Overigens koos de OPTA er onlangs voor dit model niet op te leggen aan KPN. Enerzijds vindt OPTA zichzelf niet bevoegd, anderzijds zijn er twee redenen het niet te doen: de kabel zorgt in Nederland voor voldoende concurrentie en KPN biedt voldoende toegang tot haar netwerk.
5. Een derde (en vierde en vijfde) pijp
De markt van telecomapparatuur maakt stormachtige ontwikkelingen door. Niet alleen maken toeleveranciers als Ericsson, Alcatel Lucent, Nokia Siemens, Motorola, Nortel, ZTE, Huawei en UTStarcom apparatuur voor telecom- en kabelaanbieders. Zij richten hun pijlen ook op potentieel concurrerende infrastructuren.
Het gevolg is dat breedband (en dus de ‘triple play’ van tv, telefonie en internet) in de toekomst tot ons kan komen via nieuwe kanalen. Dat zijn:
· De stroomdraad. Motorola is een partij die apparatuur maakt die het stroomnet van nutsbedrijven geschikt maakt voor breedband (‘broadband over powerline’, BPL). Vooralsnog zijn nutsbedrijven verwikkeld in een consolidatieslag (Nuon/Essent, Endesa/Enel), maar zodra de technologie rijp is, kunnen zij hun netwerk als derde pijp gaan exploiteren.
· De gasbuis. Het schimmige Amerikaanse bedrijf Nethercomm heeft technologie voor ‘broadband in gas’ (BiG). Klanten heeft het nog niet, maar Nethercomm houdt vol dat het werkt. Het is in zekere zin een combinatie van vast (de gasbuis) en draadloos (de gebruikte technologie is UWB, ‘ultra wideband’).
· WiMAX. Van alle draadloze technologieën lijkt WiMAX lijkt de meeste kans te maken, met voorstanders als Intel, Motorola en Nokia. In Amerika is Clearwire als aanbieder actief en werkt Sprint Nextel aan een netwerk. Met het voortschrijden van de technologie moet WiMAX niet alleen de vaste lijn kunnen vervangen, maar ook de mobiele telefoon. Convergentie dus.
· xMax. Er zijn echter meer draadloze technologieën in ontwikkeling, zoals xMax (van het beursgenoteerde xG Technologies – de koers is in een paar maanden tijd verdrievoudigd).
· WiFi. Ook het aloude WiFi, dat we van ons draadloze netwerkje thuis kennen, is nog niet uitgespeeld. Nieuwe WiFi-standaarden voorzien in grotere bandbreedte, groter bereik en zelfs mobiliteit.
· GSM en CDMA. Dit zijn de twee standaarden van de mobiele telefonie. Ook deze worden steeds doorontwikkeld, resp. onder de afkortingen LTE (‘long-term evolution’) en UMB (‘ultra-mobile broadband’).
· 802.16m. Onder deze technische aanduiding (802.16 staat voor WiMAX) wordt momenteel gewerkt aan de ‘fusie’ van GSM en WiMAX.
Wat zijn nu de mogelijke toekomstscenario’s? We geven er een paar.
1. Aanbieders aller landen erkennen dat de fysieke infrastructuur geen ruimte biedt voor differentiatie. Er komt dan ook een landelijk dekkend glasvezelnetwerk dat tot de consument reikt (FTTH, ‘fiber to the home’). De concurrentie zal zich moeten beperken tot het aanbieden van bandbreedte: een robuust netwerk met lage kosten. Telecombedrijven zullen inzien dat zij nutsbedrijven zijn.
2. Alle kabeloperators fuseren tot een landelijke aanbieder en roepen vervolgens openstelling over zich af: er komt intramodale infrastructuurconcurrentie op de kabel, net zoals op het netwerk van KPN. Het ‘level playing field’ is een feit.
3. Na de aanleg van het All-IP netwerk gaat KPN verder. Het trekt de glasvezel door naar de gebruiker (FTTH). Intramodale concurrentie op het KPN-netwerk is niet meer mogelijk. Er komt een duopolie van KPN vs. de kabel.
4. BPL en WiMAX (om maar te zwijgen van de andere genoemde kandidaten) rijpen tot de nummers 3 en 4, naast telefoon en kabel. Intramodale concurrentie is definitief verleden tijd.
De eerstvolgende belangrijke ontwikkelingen zijn de uitspraken van de regelgevers over de nieuwe netwerken (glasvezel-tot-straatkast) van KPN en Deutsche Telekom, deze zomer.
En het spel eindigt met het inzicht dat FTTH onontkoombaar is, en dat we aan één glasvezelverbinding genoeg hebben.
In de tussentijd kan er nog van alles gebeuren.
Conclusie: de telecom is op lange termijn goed voorspelbaar, maar op korte en middellange termijn niet. Dat biedt kansen voor de belegger!
woensdag, april 11, 2007
AT&T biedt op Telecom Italia
AT&T verdedigt de zet onder verwijzing naar twee zaken:
- Best practices.
- Het bedienen van grote internationale bedrijven.
Persoonlijk vind ik dat dunnetjes. Moet je hiervoor een minderheidsbelang nemen, je kan toch ook samenwerken? En waarom juist Telecom Italia (alhoewel dit in zekere zin wel voor de hand ligt ...). Ze gebruiken nog net niet het synergie-argument, want dat zal heel beperkt zijn (groter dan AT&T hoef je echt niet te worden om het maximale schaalvoordeel te hebben). Nou goed dan, twee synergievoordeeltjes:
- Beide werken aan IPTV, met Microsoft als toeleverancier. Het loopt allemaal niet heel soepel, dus samenwerken kan z'n voordelen hebben.
- Cingular abonnees kunnen profiteren van de roaming contacten van Telecom Italia. Zelf is TI lid van FreeMove, en FreeMove werkt samen met de Bridge Mobile Alliance (Azie).
De pers dekt de ontwikkelingen ruimschoots. Eind april loopt de exclusieve onderhandelingsperiode af. Twee items krijgen de meeste aandacht:
- De Italiaanse regels, die een investeerder in staat stellen met een minderheidsbelang de controle te verwerven over een groot bedrijf. Zie bijvoorbeeld dit artikel in de Financial Times.
- De Italiaanse nationale trots. Twee banken hebben een 'right of first refusal' en mogen dus het bod evenaren. Mogelijk komt een tegenbod van een Italiaanse partij, in samenwerking met Telefonica, Deutsche Telekom of France Telecom.
De andere implicaties:
- Wat doet AT&T buiten de VS? Binnen de VS heeft AT&T de sector fors geconsolideerd: vier van de voormalige zeven Baby Bells, het oude moederbedrijf AT&T Corp en mobiele operator Cingular vallen nu binnen het concern. Belangen in TDC en Belgacom (de PTT's van Denemarken en Belgie) zijn allang opgeruimd. Kortom, een vreemde actie. Logischer zou het zijn te investeren in het eigen netwerk, EchoStar te kopen (aanbieder van satelliet-tv, met AT&T als reseller), een ICT-dienstverlener over te nemen, het dividend te verhogen of desnoods een overname te doen in bijvoorbeeld Canada (volgens geruchten komt er een bod op BCE). De Europese markt is heel anders, met relatief kleine nationale spelers, culturele verschillen, staatsbelangen en grote regulatoire verschillen (zowel onderling als in vergelijking tot de VS).
- Grootheidswaan. CEO Ed Whitacre van AT&T stapt dit jaar op en wil mogelijk nog een laatste grote deal doen, alhoewel deze deal daar niet echt voor in aanmerking lijkt komen (tenzij AT&T een bod doet op heel Telecom Italia). Sommige mensen (zoals Carlos Slim en John Malone) worden volgens mij aangetrokken door het begrip 'world domination'.
- TIM Brasil. Telecom Italia heeft geprobeerd deze mobiele dochter te verkopen maar kreeg geen aantrekkelijk bod. America Movil, ook in Brazilie aanwezig, heeft natuurlijk voor dit onderdeel interesse. Mogelijk doen ze de Malone/Murdoch dans: John Malone kocht met zijn Liberty Media een belang in Rupert Murdoch's News Corp. Bang de controle te verliezen, stuurde Murdoch aan op een swap: het News Corp belang in ruil voor het 34%-belang dat News Corp had in DirecTV. En zo troggelde Malone DirecTV (de andere aanbieder van satellite-tv in de VS) af van Murdoch.
- Overige assets. Komt het tot ontmanteling van Telecom Italia, dan wordt het interessant wat er gaat gebeuren met de breedbandaanbieders in Nederland (bbned), Frankrijk en Duitsland.
maandag, maart 26, 2007
Ericsson luistert naar Vodafone
De recente ontwikkelingen:
- IPOs: Clearwire is naar de beurs gegaan. Het is een bedrijf van Craig McCaw dat in de VS, Ierland en Belgie actief is. Andere pure-plays aan de beurs zijn Towerstream (voor bedrijven) en NextWave. Daarnaast is er nog xMax, een technologie van xG Technologies. Echter, de grootste voorstander van WiMAX is Sprint Nextel, dat werkt aan een landelijk netwerk.
- Standaard: de IEEE mikt op 802.16m, wat de standaard voor 4G moet zijn. Mogelijk convergeren WiMAX en mobiel daarin (zie eerste plaatje).
- Vodafone: waarschuwde tijdens de 3GSM beurs in Barcelona voor de trage ontwikkeling van 3G en verder (LTE: Long-Term Evolution). Vodafone dreigde over te stappen op WiMAX. Ook al is WiMAX (802.16e) nog ver van praktijktoepassing, LTE is zo mogelijk nog verder weg.
- Ericsson: staakt de ontwikkeling van WiMAX en concentreert zich op 3G.
De conclusie is duidelijk: Sprint heeft Intel, Motorola, Samsung en Nokia aangewezen als toeleverancier - niet Ericsson. Door nu hard te werken aan LTE kan Ericsson Vodafone aan zich binden.
donderdag, december 14, 2006
Mobiel in Afrika
Wat de mogelijke overnamekandidaten betreft, noem ik allereerst Millicom (beursgenoteerd, zusterbedrijf van Tele2 en opgericht door de Zweedese Kinnevik groep) dat mogelijk nog te koop staat (overname door China Mobile ging onlangs niet door). Verder zijn er tientallen kleinere onafhankelijke operators. Ook worden er nog altijd licenties geveild: Uganda, Kenia en Mozambique krijgt er een operator bij (dat geldt ook voor andere opkomende markten: Montenegro, Macedonie, Kosovo, Moldavie, Bhutan, Estland, Ghana).
In de tabel heb ik genoteerde mobiele operators opgenomen. De data komen uit JCF en zijn gebaseerd op consensusgegevens.
vrijdag, december 08, 2006
Koper vs. coax: glasvezel wint!
Koperboeren ofwel telecomproviders (PTTs en alternatieve aanbieders):
Zij houden het dikwijls op de mogelijkheden van xDSL-technologie om de bandbreedte verder op te voeren. John Cioffi gelooft zelfs dat koper uiteindelijk meer mogelijkheden biedt dan glasvezel. De nieuwste xDSL-variant, VDSL2, belooft 100 Mbps.
Recent spraken BT en AT&T uit de business case van FTTH (fiber to the home) niet rond te krijgen. Ze vinden FTTH te duur; de investeringen worden volgens deze bedrijven (en de meeste andere, inclusief KPN en Deutsche Telekom) niet gerechtvaardigd door de vraag. Zij brengen de fiber niet verder dan een node (FTTN) of street cabinet, het laatste stuk naar de klant is de bestaande koperdraad. FTTH passen zij hooguit toe in nieuwe wijken. Overigens moet je je realiseren dat glasvezel al een groot deel van alle netwerken uitmaakt, namelijk in de backbone en de lange-afstandsverbindingen. Alleen de 'last mile' is nog van koper.
Een uitzondering is Verizon, bezig met een van de meest ambitieuze projecten. Ze willen FTTH voor de helft van hun klanten (18m homes) in 2010 tegen kosten van $18 mrd (brand name: FiOS). Het Franse Iliad (brand name Free) legt in Parijs een FTTH netwerk aan (met enige steun van de overheid, want ze krijgen voordelige tarieven voor toegang tot stoepen en riolen).
Kabelboeren ofwel kabeltv-aanbieders:
Zij vertrouwen grotendeels op de DOCSIS-standaard. De laatste incarnatie, DOCSIS 3.0, is nog experimenteel en belooft een bandbreedte van 160 Mbps.
Een uitzondering is het Franse Noos-Numericable, dat wel FTTH aanlegt. Ook hier geldt: het grootste deel van het netwerk is al verglaasd (Comcast zegt: 90%!), alleen de 'last mile' is van coax.
Nieuwkomers (zie dit overzicht van Dirk van der Woude):
Vooral overheden. Het bekendste voorbeeld is Citynet in Amsterdam. OnsNet Nuenen (eigendom van NEM Nuenen, met een cooperatie als aandeelhouder; service provider is Edutel) is reeds in gebruik en heeft de bandbreedte gratis verhoogd naar 100 Mbps voor alle abonnees. Prijs: 36 EUR/maand.
Zij wijzen allemaal op het economische en sociale belang van een weldadige breedbandverbinding. Bovendien erkennen zij de nieuwe trend (Web 2.0, Telco 2.0): een aanbieder moet beschikken over een eersteklas netwerk met lage kosten, de applicaties zitten steeds meer aan de rand van het netwerk (denk aan VoIP, waarvoor je geen telecombedrijf meer nodig hebt als je maar breedband hebt). Bovendien is verticale integratie voor telecombedrijven te hoog gegrepen: ze hebben geen verstand van applicaties of content, ze moeten dat alleen maar mogelijk maken door een 'fat pipe' aan te bieden.
Persoonlijk geloof ik in de FTTH case. Ik zie de vraag sterk stijgen, door zaken als gaming, video uploads en HDTV. Dit artikel in Trouw is een goede illustratie hiervoor. Daar komt bij dat de prijzen van FTTH (glas, apparatuur, installatie) sterk dalen. Verizon geeft hiervan mooi getuigenis bij zijn kwartaalcijfers. De meest recente laten een prijsdaling zien van 1220 $/aansluiting eind 2005 naar 933 $/aansluiting in 06Q3. Dat moet eind dit jaar zakken naar 880 en naar 650 in 2010. Je zou nog kunnen verdedigen wat bedrijven als KPN doen (eerst fiber naar de street cabinets en te zijner tijd doortrekken naar de abonnees), maar het is de vraag of je dan niet te laat bent. Het aanleggen duurt immers lang en de vraag blijft maar groeien. Nieuwkomers hanteren zeer lage tarieven om snel marktaandeel te winnen. Ook Dick Wessels niet stil. Hij wordt in deze artikelenserie met z'n Reggefiber naar voren geschoven als koning van de glasvezel. Reggefiber is de markt aardig aan het consolideren en heeft de zeggenschap bij GNEM/XMS (Arnhem, Nijmegen etc.), GNA (Amsterdam), Eurofiber (bedrijven), Fastfiber (bedrijfsterreinen) en Lijbrandt (Bollenstreek). Ten slotte: een interessante optie voor KPN zou zijn eenvoudig Reggefiber te kopen, maar dat wordt steeds moeilijker (NMa) naarmate KPN en Reggefiber marktaandeel winnen.
woensdag, december 06, 2006
Mobiel vs. WiMAX: mobiel wint
Wat is nu de stand van zaken?
- Standaard: er zijn 2 standaarden: 802.11d ofwel 802.11-2004 voor 'vaste' toepassing en 802.16e voor mobiele applicaties. Beide zijn geratificeerd. Certificering van producten (die daarbij getest worden op interoperabiliteit) is voor 16d ver gevorderd en voor 16e ook onderweg. In Korea hanteert men de benaming WiBro voor 16e.
- Prestaties: wordt vaak overdreven: 120 Mbps tot een afstand van 50 km. Zoals voor alle draadloze technologieen: de signaalsterkte neemt af met de afstand. Bovendien heeft het signaal last van belemmeringen (varierend van bomen en gebouwen tot regen en vogels). Voor toepassing zonder zichtlijn (NLOS: non line of sight) is de vuistregel: hooguit 5 Mbps tot 10 km afstand.
- Spectrum: in tegenstelling tot WiFi maakt WIMAX gebruik van betaald spectrum. Daardoor is de kans op storing (interferentie) kleiner. Momenteel lopen veilingen in allerlei landen: van Rusland tot Bahrain, maar ook in Duitsland.
- Hardware: Motorola, Alcatel, Nortel, Siemens en zelfs Nokia hebben zich bij Intel gevoegd. Daarnaast zijn er de gespecialiseerde leveranciers: Alvarion, Aperto, Airspan, Redline, etc.
- Toepassing: in theorie van allerlei: backhaul voor WiFi of mobiel (16d); aanvulling op bestaande netwerken in buitengebieden (16d); vervanging van vaste (16d) of zelfs mobiele (16e) netwerken. In de praktijk betreft het vaak de buitengebieden en derde wereld landen, maar soms ook steden en zakelijke klanten.
Mijn conclusies in de vergelijking met mobiel (d.w.z. GSM of CDMA):
- Mobiel is bewezen technologie, WiMAX vaak nog experimenteel. Het duurt in ieder geval nog jaren voordat er op grote schaal mobiele telefoons met een WiMAX-chip zijn.
- De presataties van WiMAX worden vaak overdreven. Bovendien staat de mobiele wereld ook niet stil. Het ziet ernaar uit dat GSM (UMTS, HSxPA, LTE) en CDMA (Rev. A, Rev. B etc.) voldoende opwaardeermogelijkheden hebben. Opwaarderen van HSDPA naar HSUPA bijvoorbeeld is overigens slechts een kwestie van software.
- Het lijkt erop dat WiMAX vooral een aanvulling zal zijn op bestaande netwerken. Kijk maar naar Sprint Nextel, dat diverse technologieen hanteert en een WiMAX-netwerk gaat bouwen - waarschijnlijk vooral voor intensief dataverkeer. Wat de breedbandmarkt (ADSL, kabel) kan eveneens gesteld worden dat WiMAX een niche-technologie zal zijn voor de afzienbare tijd. Pas op langere termijn kan de impact significant worden.
Kortom, bestaande technologieen hebben een te grote voorsprong om echt bang te worden van WiMAX:
- Vast: ADSL en de kabel bieden per definitie meer capaciteit en stabiliteit (QoS). Mogelijk is WiMAX een goedkoop alternatief voor het MBK.
- Mobiel heeft een grote voorsprong en wordt vanzelf opgewaardeerd naar 4G. Bovendien hebben mobiele operators het voordeel dat ze al een netwerk van basisstations hebben. Ze kunnen WiMAX erbij doen.
Vast vs. draadloos: mobiel wint
Vooraf: Het draadloze segment bestaat uit een heleboel deelsegmenten (volgens het stramien PAN, LAN, WAN, MAN: personal area network, local AN, wide AN, metro AN). De belangrijkste, in omgekeerde volgorde:
- xMax: start-up xG Technologies beweert in de VS een landelijke dekkend netwerk te kunnen bouwen voor $15m. Onlangs naar de beurs gegaan in London. Omzet: 0.
- WiMAX (WiBro): vooralsnog hoofdzakelijk toepassing in landelijke gebieden en de derde wereld. Intel en Motorola geloven er heilig in, Nokia is ook toegetreden. Vooralsnog is de belangrijkste service provider Sprint Nextel, maar dat moet het netwerk nog bouwen. Sprint ziet het als aanvulling op de bestaande netwerken (CDMA, iDEN).
- Mobiel: volop operationeel, groot bereik, ook in-door.
- WiFi: vooral toegepast in-door, op vliegveleden, etc. De nieuwe 802.11n standaard rekt bereik en signaalsterkte op.
- Bluetooth, UWB, NFC, ZigBee, WiBree, RFID: allemaal voor de korte afstand (in-home networking en machine-to-machine communicatie).
1. Kosten
Draadloos is goedkoper dan vast want de stoep hoeft niet open. Hoe langer het bereik van een basisstation en hoe sterker het signaal, hoe lager de kosten. Mobiel wint vanwege het bewezen track record. De stabiliteit is voldoende om het van vast te winnen. WiMAX enz. moeten zich nog bewijzen, en dat duurt nog een paar jaar. Mobiel heeft dan een schier onoverbrugbare voorsprong.
2. Mobiliteit
Ook hier wint mobiel. Voor de toekomst is WiMAX (versie 802.16e) een belofte, en wie weet werkt xMax ook echt in de praktijk.
3. Innovatie
Mobiele operators leggen grote innovativiteit aan de dag. De PC-omgeving van de vaste telefonie wordt aardig naar de kroon gestoken, maar uiteraard wint de vaste telefonie het hier qua functionaliteit en services. Toch een paar mobiele ontwikkelingen:
Advertenties als nieuwe inkomstenbron (Vodafone met Google en Yahoo!).
Bankieren/betalen. Zie Rabo Mobiel, maar ook Cingular heeft plannen. In Parijs kun je er straks de metro mee betalen.
Tarifering: gratis on-net bellen (d.w.z. tussen abonnees onderling of meer specifiek: tussen familieleden onderling), goedkoop bellen vanuit huis (Vodafone's Homezone en Genion van O2).
Internettoegang: Web'n'Walk van T-Mobile maar vooral de nieuwe X-Series van 3G UK.
4. Convergentie (FMC: fixed/mobile convergence)
Operators, vast en mobiel, willen een compleet pakket kunnen aanbieden (triple play, quadruple play). Een kwestie van marketing. Ik denk dat er zeker een markt voor is (vooral in de VS stelt men de eenvoud op prijs), maar veel mensen willen toch individuele producten kunnen blijven kiezen.
BT treedt op als reseller van Vodafone, en Vodafone treedt op als reseller van ... BT!
Een ander element is: met dezelfde handset overal kunnen bellen. Met de mobiele telefoon kan dat al; de PTTs proberen dit nadeel in te lopen door UMA handsets aan te bieden: thuis bellen via WiFi (een box aangesloten op de ADSL-verbinding), elders via het mobiele netwerk van een partner. BT heeft de Fusion phone (samenwerking met Vodafone) en Orange/France Telecom/Wanadoo de Unique/Unik service. De onvangst in de markt is lauwtjes.
Hier is het wat mij betreft een gelijkspel van vast en mobiel.
Conclusie
Mobiel wint wat mij betreft vanwege de groei. Vaste telefonie krimpt en breedband is een lage-marge business.
Het gaat vooral tussen vast en mobiel (GSM, UMTS, etc). Andere technologieen doen voorlopig nog niet echt mee. Mobiel moet het hebben van mobiliteit, overal dekking en verbeterende kwaliteit. De strategie is vooral: FMS (fixed/mobile substitution), want de PTT (de vaste lijn) is staatsvijand #1. Vast moet het vooral hebben van breedband en probeert terug te slaan met FMC (maar dat kan een mobiele operator ook).
woensdag, oktober 25, 2006
Ontwikkelingen week 42
- PTT's: Verizon gaat in november de gidsentak afsplitsen onder de naam Idearc. BT zou volgens geruchten azen op Pipex, vanwege haar WiMAX licentie.
- Mobiel: Vodafone presenteerde een uitgebreide handsetopstelling voor het kerstseizoen. Cingular versloeg de verwachtingen met de kwartaalcijfers. Drillisch mikt op een fusie met 4 andere MVNO's in Duitsland.
- Alternatieve operators: Level 3 neemt Broadwing over voor $1.4 mrd. Iliad koopt CiteFibre (FTTH in Parijs).
- FTTH: Plannen van Brisbane (Australie), begroting AUD 550m.
WiMAX: Sprint kondigde twee trials aan: in Chicago met Motorola en in Washington met Samsung. - xMax: Far Reach is de eerste operator die met deze technologie van xG Technologies van start gaat. De eerste service is VoIP in de VS.
- Triple play: DT lanceerde zijn T-Home (IPTV, VDSL en VoIP) vanaf 66 EUR/maand.
- Convergentie: De N80 van Nokia zal zowel de Sling Media client bevatten (voor place-shifted tv) als de Truphone client (voor VoIP).