Posts tonen met het label FTTH. Alle posts tonen
Posts tonen met het label FTTH. Alle posts tonen

woensdag, december 28, 2016

Trends 2017

The most important trends are moving away from telecoms, into the internet (OTT) sphere and beyond.

Networking trends:
  • Technologie: New PON technologies in fiber, Docsis 3.1 in HFC, 5G in mobile.
  • Platforms: IoT, smart city, smart car, etc.
  • Virtualisation: NFV in business services, SDN in operator/SP services.
Services and technology trends:
  • AR and VR.
  • AI, robotics, chatbots, self-driving cars.
  • FinTech, blockchain.
  • Health-tech, big data.
  • 3D-printing.
  • Solar energy.
Other options for 2017:
  • Galileo positioning.
  • IPOs: Spotify, Snap, Pinterest, Airbnb, Uber.
  • Takeovers: Twitter, Dropbox, WeTransfer.

zondag, januari 12, 2014

Waarom komen dingen niet van de grond in de Nederlandse telecommarkt?


Problemen:
  • Toetredingsdrempel. Telecom/energie hebben een hoge toetredingsdrempel voor passief netwerk. Unbundling is dus een goed idee: kosten van een actief netwerk zijn een stuk lager. Toch heeft unbundling in NL gefaald. Waarschijnlijk omdat de kabel landelijk dekkend is: KPN werd toegestaan om alle concurrenten over te nemen want er was voldoende concurrentie. In UK, waar de kabel niet landelijk dekkend is, werkt unbundling een stuk beter.
  • Regulatory risk/uncertainty. Niet alleen een overvloed aan regulering, maar ook onzekerheid ontneemt partijen de lust om te bieden/investeren. Waarschijnlijk verbaast de markt zich erover dat KPN al die overnames mocht doen (incl. Reggefiber: uitgerekend de partij die een nieuw passief netwerk bouwt).
  • Investeringsbereidheid: Iets waar we niets aan kunnen doen, is de korte-termijnhorizon van veel partijen. Er is weinig bereidheid vijf jaar lang tegen verliezen aan te kijken. CIF/CAIW slaagt er niet in een tweede unbundler te strikken omdat het hoge financiele commitment eist (schaal), waar niemand toe bereid is. Zeer interessant is of Vodafone en Tele2 inderdaad (zoals ze beloven) op korte termijn Reggefiber gaan unbundlen.
  • Tegenwerkende incumbent. Hoe krijg je de PTT onder controle? Chinese muren? Boetes?
  • Collusie. De neiging tot collusie blijft bestaan, zie recente uitspraak van ACM over de mobiele markt.
  • Overstapdrempels. IT systemen moeten voldoen aan overheidseisen? (Interessante ontwikkeling: AT&T biedt overstappers van T-Mobile USA in totaal maximaal $450 voor early termination fees. Respons T-Mobile USA: wij bieden iedereen die naar ons toe komt in totaal maximaal $650.)

Oplossingen:
  • Belastingstimulus. De Innovation Box (KPN en Ziggo maken ervan gebruik) reduceert VpB tot 5% (voor een beperkte periode). Kan dat breder beschikbaar worden gesteld?
  • NFV/SDN. De concurrentie van OTT-partijen dwingt operators tot de vraag: kunnen we ermee leven dat we een dumb pipe worden? Zo nee, dan bieden ontwikkelingen zoals NFV en SDN kansen: de operator manifesteert zich meer als software partij, betreedt de developer markt (operator OTT diensten). En kan dus een beroep doen op de Innovation Box.
  • Nieuwe toetreder. Het reserveren van spectrum voor een nieuwe toetreder mag succesvol heten, ook al zijn de bestaande MNO's er tegen. Nieuwe toetreders om scherp in de gaten te houden (bewijs opbouwen voor de stelling dat spectrum reserveren werkt) zijn: Free (Frankrijk, lancering begin 2012), Tele2 (Nederland, lancering 2015) en SWAN (Slowakije, lancering 2014/15). Interessant is dat Free en SWAN al lanceren bij een dekking van ca. 25% en vertrouwen op nationale roaming; Tele2 doet dat niet.
  • Structural separation. Bij andere netwerken (electra, spoor) is dit al toegepast: het passieve netwerk is in overheidshanden, de actieve laag c.q. de dienstenlaag is open voor concurrentie. (Als KPN goedkeuring krijgt voor de verkoop van E-Plus, krijgt het EUR 3,6 mrd. Daarmee kan de overname van Ziggo + UPC + CIF betaald worden. Vervolgens kan passief afgesplitst worden en opengesteld. Er moet natuurlijk wel een goed lange-termijn plan komen om uiteindelijk tot een nationale infrastructuur te komen, gegeven de overlap in netwerken.)

Voorbeelden:
  • VS. Kroes schuift de Amerikaanse markt vaak ten onrechte naar voren als voorbeeld, maar gezegd moet worden dat de mobiele markt in de VS een stuk dynamischer is dan bij ons. Er zijn ook TD-LTE netwerken (Sprint) en er is innovatie in abonnementen (zie de Uncarrier strategie van T-Mobile USA). Voorbeeld: bij alle grote spelers heb je nu de mogelijkheid abonnement te nemen waardoor je automatisch ieder jaar een nieuwe handset krijgt (bij T-Mobile USA het dat JUMP).
  • Zie boven: Frankrijk en Slowakije voor de mobiele markt.
  • Structural separation (vastelijn): Nieuw-Zeeland, Singapore (Australië is onduidelijk door wisseling van regering).

maandag, mei 23, 2011

Het is tijd voor 'above-the-line' adverteren voor FTTH

Terwijl KPN weigert de uitrol van glasvezel via Reggefiber te versnellen, neemt het aantal plaatsen waar deze joint venture actief is respectabele vormen aan. Wij tellen momenteel meer dan 110 gemeenten waar de aanleg ergens verkeert tussen vraagbundeling of planning van nieuwbouw en voltooiing. En dan tellen we plaatsen als Lisse en Den Haag, waar plannen in een vroeg stadium gesmoord werden, niet mee. Enkele tientallen betreffen nieuwbouwprojecten van wisselend formaat, varieren van nog geen honderd tot enkele duizenden woningen, maar ook dat zijn belangrijke projecten. Aangrenzende wijken kunnen immers relatief eenvoudig meegenomen worden. In rond de 30 plaatsen en wijken loopt momenteel een vraagbundelingstraject. Al met al is dus inmiddels in meer dan een kwart van de Nederlandse gemeenten (totaal 418) op een of andere manier de aanleg van FTTH aan de orde - en dan nemen we andere netwerkbouwers, met name CIF, nog niet eens mee.

Wat opvalt aan de vraagbundlingstrajecten is dat een fors aantal daarvan begin juni, wanneer bekeken wordt of de ten doel gestelde 30 (of 40) procent gehaald is, zijn apotheose bereikt. Dat geldt bijvoorbeeld voor Breukelen, Bunschoten, Castricum, Denekamp, Nunspeet en Wijk bij Duurstede. Als je het wat ruimer neemt en kijkt naar de plaatsen waar rond de zomer de vraagbundeling afgerond wordt, dan kom je zelfs tot enkele tientallen plaatsen. De vraag rijst: waarom grijpt men zo langzamerhand niet naar het instrument van het 'above-the-line' (ATL: massamedia, zoals TV) adverteren? De kabel, verenigd in NLkabel, heeft dat in het verleden wel gedaan voor breedband internet en het FTTH Platform zou een goed instituut zijn voor een gecoördineerde glasvezelcampagne. In plaats van de glasvezelboodschap intern binnen de sector uit te dragen, of te sturen op diensteninnovatie, zou een ATL-campagne wel eens effectiever kunnen zijn. Immers, daarmee bereik je in een klap miljoenen Ziggo en UPC-abonnees. Vooral voor de vele aanbieders met weinig naamsbekendheid (XMS, Lijbrandt, OnsNet, Concepts ICT, Solcon, InterNLnet, Tweak, Plinq, KinkXL, Kliksafe) zou dat aantrekkelijk kunnen zijn. Bovendien zijn ze met zo'n groot aantal, dat de kosten ruim uitgesmeerd kunnen worden.

Het bereik van glasvezel is nog altijd beperkt: nog geen 10 procent van de huishoudens. Per 31 maart 2011 zijn er in totaal 693.000 homes passed bij Reggefiber. De vraag is dus wel of ATL kan lonen, maar het grote aantal gemeenten speelt ook een rol. En daarnaast kan het verstandig zijn het begrip glasvezel een grotere naamsbekendheid te geven. Het aantal abonnees is nog geringer: 198.000 (penetratie 28,6%). KPN Retail is goed voor 7,2 procent van de abonnees en de andere aanbieders hebben 21,4 procent. Wel moet daarbij opgemerkt worden dat KPN terrein wint: het heeft nu 50.000 FTTH-abonnees, tegen 21.000 een jaar geleden en 2.000 twee jaar geleden. KPN had aanvankelijk te kampen met haperende 'leverstraten' en tijdens de jongste Investor Day werden aanvullende investeringen aangekondigd in de kwaliteit van de dienstverlening. Daardoor kan het steeds vlotter nieuwe klanten aansluiten. Tijdens de Investor Day werden overigens ook nieuwe FTTH-proposities aangekondigd en de intentie om klanten naar glasvezel te laten migreren.

Het migreren naar glasvezel is een lastige zaak. Onderscheidende diensten zijn er niet, ook al wordt er nog zo naar gezocht. Wel kan de beschikbaarheid van open netwerken ertoe leiden dat zaken als zorg-op-afstand meer omarmd zullen worden door de aanbieders van dergelijke diensten. Tot die tijd kan een migratie naar glas gestuurd worden door te apelleren aan een gevoel van zekerheid door te wijzen op de toekomstvastheid van het netwerk. Voor KPN is de migratie bovendien nauwelijks interessant, want als we er gemakshalve van uit gaan dat Reggefiber tot het concern behoort, dan moeten sowieso twee netwerken in de lucht worden gehouden: koper en glas. Pas op lange termijn is de migratie zinvol, omdat dan het kopernetwerk uitgefaseerd kan worden (afgezien van vraagstukken als: is er een opruimplicht voor koper? wat moeten unbundlers die nog op het koper zitten? is er voor het koper misschien een andere functie denkbaar?). Pas dan gaat KPN grote kostenvoordelen oogsten en kan weer een nieuwe grote ontslagronde aangekondigd worden.

In het algemeen zijn er twee variabelen waarmee de migratie gestuurd kan worden:

- De prijs: kan voor glasvezel een premie gevraagd worden?

- De diensten: kunnen extra diensten gereserveerd worden voor glas?

Caiway, nog onderdeel van CIF maar bij goedkeuring door de NMa binnenkort een KPN-dochter, geeft een voorbeeld van hoe de migratie met zachte hand afgedwongen kan worden. Wie over coax een triple play kiest, met 50/4 Mbps (down/up), betaalt ongeveer 72 euro per maand. Een vrijwel identiek pakket op glasvezel kost 60 euro per maand en voor 80 euro per maand beschik je over een triple play met 90/90 Mbps. Kortom, Caiway kiest ervoor glas lager te tariferen om de migratie in de hand te werken.

Als de glasaanbieders bereid zijn de handen ineen te slaan om een ATL-campagne op TV te draaien, dan hebben ze hun filmpje met BN-ner al klaar (http://youtu.be/Z9MNnKOJRnw). Reggefiber is er na zijn recente rebranding klaar voor om de spil in zo'n campagne te zijn en heeft er natuurlijk alle belang bij. KPN zelf heeft echter geen prikkel directe prikkel om mee te doen. Het zal ervan af hangen of KPN actief op migratie naar FTTH gaat sturen. Dat moet de komende maanden duidelijk worden.

dinsdag, november 25, 2008

OPTA neemt Reggefiber model als uitgangspunt

De Opta heeft ontwerpbeleidregels gepubliceerd voor toegang tot de door KPN en Reggefiber geplande glasvezelnetwerken. Marktpartijen kunnen tot 8 december reageren. Op 19 december komt de Opta vervolgens met het finale marktbesluit, de finale versie van de beleidsregels en een ontwerp tariefbesluit. Dat laatste staat vervolgens zes weken open voor consultatie en geldt voor de driejaarsperiode 2009-2011.

Het gaat hier uitsluitend om toegang tot de passieve laag (ODF toegang: optical distribution frame), niet om de actieve laag. De tarieven zijn van toepassing op ontbundelde lijnen, co-locatie en backhaul.

Opta stelt een tariefplafond voor om tot een goede trade-off in de tarifering te komen: niet te hoog (om concurrentie te stimuleren) en niet te laag (om investeringen te stimuleren). Dat moet er tevens voor zorgen dat de partijen geen buitensporige tarieven stellen en dat er evenmin marge-uitholling (squeeze) kan plaatsvinden. Aan het begin van iedere driejaarsperiode bekijkt de Opta of de IRR (internal rate of return) zich boven het normrendement bevindt. Zo ja, dan treedt het plafond in werking. Wel wordt de IRR jaarlijks geindexeerd (CPI).

Het tariefvoorstel is gebaseerd op de huidige tarieven van Reggefiber. De Opta hanteert een kostenmodel (DCF) gebaseerd op EDC/WPC (embedded direct cost/wholesale price cap). Daaruit leidt het een IRR af waarbij de netto contante waarde nul is. Het normrendement is gelijk aan een all-risk WACC (weighted average cost of capital). In de basis is de WACC afgeleid van het huidige kopernetwerk van KPN, vermeerderd met opslagen voor glasvezel (vanwege verhoogd risico) en regulering (die per definitie enige onzekerheid met zich meebrengt omdat soms achteraf ingegrepen wordt). Deze gevens dienen tegelijkertijd als input voor de NMa bij de beoordeling van de joint venture van KPN en Reggefiber (Glashart, met 41% voor KPN).

Indien de Opta bij toetsing een IRR meet die groter is dan de WACC, dan is er sprake van overwinst en gaat het tariefplafond omlaag. In het vervolg van de driejaarsperiode wordt deze wel jaarlijks vermeerderd met een inflatiecorrectie (CPI).

De Opta publiceert tevens de huidige Reggefiber-tarieven. Er zijn eenmalige kosten en terugkerende kosten. Eenmalig zijn de aansluitkosten (100 euro), kosten van de-patching (nader te bepalen), telco-telco migratie (125 euro) en een aansluitbijdrage per Area-PoP (point of presence; 3.000 euro). Terugkerend zijn de kosten van de verbinding van de Area-PoP met de City-PoP (600 euro per maand voor 2x28 fibers) en de huisvesting per Area-PoP (500 euro per maand). De hierop gebaseerde ODF-tarieven voor een fiber pair zijn nog afhankelijk van de capex-investering en varieren van 12 tot 15 euro per maand. Daarbij geldt een tariefplafond van resp. 14,50 en 17,50 euro per maand. Ten slotte wordt een grootverbruikkorting gegeven, van 2,5 procent bij 2.000 lijnen oplopend tot 20 procent bij 26.000 lijnen.

dinsdag, januari 08, 2008

Telewerken en FTTH hoger op de politieke agenda's?

In de luwte van de feestdagen verscheen in Trouw een artikel van de hand van Vincent Dekker rond de opvattingen van professor William Melody. De SP was er als de kippen bij om zijn uitspraken in te zetten in de strijd tegen de opmars van private equity (‘sprinkhanen’), althans waar het ‘belangrijke infrastructuur’ betreft zoals KPN die heeft. De koppenmaker van Trouw had er de pakkende titel ‘We worden blind bestolen en politici zeggen niets’ (auw) boven gezet.

Het artikel van Vincent Dekker kwam niet als een verrassing. Hij was kennelijk net zo onder de indruk van Melody’s betoog, bij de conferentie ‘Broadband Cities’ (november jl.), als ik. Vincent, die ik daar ontmoette, geeft in het artikel de stand van zaken goed weer. Melody is overduidelijk tegen het opkopen van bedrijven als KPN door private equity instellingen – en dat terwijl de overheid er geen bezwaar in ziet. Een dergelijke scheidslijn is ook goed te trekken tussen het politieke links (tegen) en rechts (voor).

Laat ik in het kort de bevindingen van William Melody, die o.a. doceert aan de London School of Economics, samenvatten. Afgelopen zomer publiceerde hij een rapport over de stand van zaken bij TDC, de voormalige Deense PTT. Dit bedrijf werd begin 2006 door private equity investeerders opgekocht. ‘The usual suspects’ zaten in het consortium: APAX, Blackstone, KKR en Providence. Sindsdien hebben de nieuwe eigenaren zichzelf exorbitante dividenden laten uitbetalen, gefinancierd door leningen uit naam van TDC en door de verkoop van talloze buitenlandse assets. De rentelasten zorgen ervoor dat TDC nauwelijks meer geld over heeft om te investeren in het Deense vaste net. Het gevolg is dat Denemarken nu begint achter te lopen op het gebied van breedbandpenetratie.

Zonder nu de Milton Friedman (vrije markten) vs. Naomi Klein (anti-globalist) tegenstelling helemaal te willen uitdiepen, vind ik het wel interessant om te bepalen waar nu precies het meningsverschil zit. Talloze voormalige overheidsbedrijven zijn met succes geprivatiseerd, maar waar het om zorg, de trein en nu dus ook het telefoonnet gaat, lopen de meningen uiteen. Is er hier sprake van natuurlijke monopolies? Of heeft marktwerking ongewenste neveneffecten?

Het grote pijnpunt is volgens mij de korte horizon van private equity. In het geval van TDC is dat vijf jaar, daarna willen ze de tent weer verkopen. Daardoor zijn investeringen voor de langere termijn uitgesloten. Denk aan FTTH, fiber-to-the-home. Een dergelijke nieuwe infrastructuur, zo is mijn stellige overtuiging, is een voorwaarde voor telewerken, iets waarvoor de FNV zich sinds kort sterk maakt. Meer telewerken betekent: een hogere productiviteit (minder tijdverlies in de file, flexibel met je tijd omgaan), een beter milieu (minder files), een hogere arbeidsmarktparticipatie (herintredende moeders en gedeeltelijk gehandicapten kunnen makkelijker terugkeren) en een betere ‘quality of life’ (werken en wonen waar je wilt). Als dat geen recept is voor economische groei en politiek succes – voor ‘links’ én ‘rechts’!

Maar, er is dus sprake van een impasse. Aan de ene kant geloven ‘we’ in vrije markten en minimale regulering, aan de andere kant zien ‘we’ de voordelen van FTTH.

Hoe komen we eruit? Ik zie de volgende routes:

1. Niets doen en hopen dat het vanzelf weggaat. KPN sluipt de FTTH-markt in door per jaar pakweg 2% van het kopernet te verglazen. Gaat private equity ons land voorbij (drie weesgegroetjes), dan verdwijnt het probleem op termijn dus vanzelf.

2. Regulering. Dat is de optie van Melody. Wat het precies zou kunnen betekenen, weet ik niet. Het lijkt me hopeloos ingewikkeld en kansloos.

3. Bewustwording. Met een beetje geluk, en pressie vanuit de FNV, komt telewerken (en dus FTTH) hoog op de politieke agenda’s. Daardoor wordt FTTH beter op waarde geschat (letterlijk), ook door hen die een korte termijn horizon hebben: beleggers, private equity en menig ondernemingsbestuur (als gevolg van korte termijn incentivering).

4. Goed management. Niet alleen moeten telecombedrijven zwaar inzetten op FTTH, ze doen er daarnaast goed aan de balans niet te laten ‘verslappen’. Met een fors deel vreemd vermogen frustreer je het private equity spel, dat gebaseerd is op lenen uit naam van de prooi. Gecombineerd met een hogere beurswaardering (door een hogere waardering van FTTH) krijgen deze fondsen bijgevolg hun rekensommetjes niet meer rond en zullen ze ergens anders moeten gaan jagen.

Het zal duidelijk zijn dat een combinatie van 3 en 4 mijn voorkeur heeft.

woensdag, juli 04, 2007

Netwerkscheiding en FTTH

Op de site van de Arcep, de Franse NRA (telecomregulator), staat een aan te bevelen nieuwsbrief over het hoe en waarom en over de voors en tegens van (functionele) netwerkscheiding.

Inleiding

Netwerkscheiding is het scheiden van netwerkbeheer en dienstverlening (dus het doorbreken van verticale integratie) en is van toepassing op incumbents (zeg maar PTT's) in de telecom, maar ook op nutsbedrijven, het spoor en zelfs de post. Er zijn verschillende gradaties:
  • Accounting separation: gescheiden financiele rapportage.
  • Functional separation: netwerkbeheer in een aparte business unit, gecombineerd met operationele regels en een Chinese muur.
  • Structural separation: het netwerkbedrijf wordt afgesplitst als dochterbedrijf.
  • Ownership regulation: het netwerkbedrijf wordt verkocht.
Doel van separation is het verbeteren van de concurrentie, wat moet leiden tot meer keuze, betere en meer diensten, lagere prijzen, investeringen en economische groei.

Algemeen

Scheiding (separation) is relevant waar een monopolie, of ten minste aanmerkelijke marktmacht (significant market power, SMP), doorbroken moet worden. Concurrende dienstverleners (service providers) moeten onder gelijke voorwaarden (equivalence, non-discrimination) toegang hebben tot het netwerk van de netwerkbeheerder (access provider). Hier gaat het niet alleen om gelijke tarieven, maar ook om zaken als: vertragingstactieken en verlagen van de prioriteit als het gaat om concurrerende service providers. Daardoor ontstaat een level playing field voor de service provider die gelieerd is aan het netwerkbedrijf enerzijds en de concurrentie anderzijds. Toezichthouders (National Regulatory Agencies, NRA) streven naar concurrentie op basis van eigen infrastructuur (infrastructure-based competition), dus service providers worden gestimuleerd zelf bij te dragen aan de infrastructuur. In het ideale geval ontstaan diverse infrastructuren (replication), opdat regulering weer beeindigd kan worden. Volledige replicatie komt echter niet voor, maar scheiding kan er op zijn minst voor zorgen dat de regulering van de retailmarkt (tarieven voor eindgebruikers) gestopt kan worden; dit in tegenstelling tot de wholesalemarkt (prijzen die het netwerkbedrijf rekent aan service providers).

Voor- en nadelen

De voordelen van separation zijn duidelijk (zie boven). Je zou kunnen zeggen: volledige ownership regulation is het ideaal. Er zijn echter ook nadelen. Ten eerste moeten er kosten gemaakt worden voor het scheiden van beide bedrijfsonderdelen: reorganisatie, splitsen, het dupliceren van activiteiten. Daardoor gaan de wholesaletarieven voor alle service providers omhoog. Ten tweede dreigt het netwerkbedrijf geen incentive meer te hebben om te investeren. Dat zal de kwaliteit onder druk zetten. Kortom, separation impliceert regulering van prijzen op wholesaleniveau, maar ook regulering van kwaliteit, investeringen en dienstenpakket (portfolio).
Een probleem in de telecom (in tegenstelling tot nuts en spoor) is dat de technologie rap verandert. Daardoor kan de scheiding tussen netwerk en diensten vandaag anders worden aangebracht dan misschien morgen het geval zal zijn. Distributienetwerken in nuts en spoor zijn ook eerder aan te merken als natuurlijke monopolies. In telecom echter is wel sprake van replicatie (duplicatie) van netwerkonderdelen door concurrenten. Scheiding van de incumbent impliceert dus een einde aan verticale integratie, terwijl de concurrenten wel verticaal geintegreerd kunnen blijven.

De praktijk

BT geldt in de telecom als lichtend voorbeeld. Functionele scheiding resulteerde in de oprichting van Openreach. Dat was goed voor de concurrentie (de LLU-markt kwam nu pas goed van de grond), voor de consument (prijsoorlog in de breedbandmarkt, penetratie schiet omhoog) en voor BT (outperformance van het aandeel). Wel heeft de prijsoorlog tot een grote consolidatie geleid. Het succes heeft ervoor gezorgd dat de Europese Commissie nu onderzoekt of het model overal in Europa ingevoerd kan worden (of ten minste als instrument aan de lokale NRA kan worden aangereikt).

Conclusie

Persoonlijk verwacht ik dat separation in veel landen zal worden ingevoerd. Ik ga er zelfs van uit dat het op termijn naar ownership regulation gaat. Daarnaast zie ik glasvezelnetwerken als natuurlijke monopolies en replicatie zou zinloos zijn. Ik ben daarom voorstander van landelijke FTTH-netwerken in handen van bijvoorbeeld een public/private partnership (PPP), zeg maar de NetCo. Die moet natuurlijk gereguleerd worden, waarbij het een aantrekkelijke return kan maken. Telecom New Zealand laat al weten een pure service provider te willen zijn.
Ik denk dat het gevaar van onderinvesteren (gebrek aan incentive) klein is, omdat de wholesaletarieven gebruiksafhankelijk kunnen zijn (ander dan in de eindgebruikersmarkt, waar de flat-fee gangbaar is: dat zorgt voor beperklte pricing power als gevolg van het Broadband Incentive Problem). Een groot aantal service providers betekent uitstekende dienstverlening, stijgend gebruik, meer omzet voor de NetCo en dus ruimte om te investeren zodat steeds meer diensten mogelijk worden.

Slotwoord

Samen met andere bloggers heb ik deze week een initiatief gestart: The Fibre Ring. Het gaat om Stefano Quintarelli (Italie), Keith McMahon (GB), Benoit Felten en Jean Michel Billaut, aangevuld met Dirk van der Woude, die voor de gemeente Amsterdam meewerkt aan het realiseren van Citynet. We werken aan een website met blogroll en wiki en bovendien een Manifesto/Declaration voor het stimuleren van FTTH-initiatieven.

donderdag, juni 07, 2007

Het hoe en waarom van FTTH

Verglazing is het vervangen van bestaande telecominfrastructuur, meest koper en coax, door glasvezel (fiber). Belangrijk daarbij is op te merken dat verglazing al voor een heel groot gedeelte uitgevoerd is, namelijk in de backbone (het verbinden van centrales e.d.). Waar het in de huidige discussies echter meestal om gaat, is het toegangsnetwerk (access network, ofwel de local loop of de last mile), dat voor het overgrote deel nog bestaat uit koper (telecom operators) of coax (kabelbedrijven). Dit resulteert in Fiber to the Home: FTTH of FttH.

Reden voor verglazing is het netwerk geschikt te maken voor nieuwe diensten, zeg maar de triple play: telefonie, breedbandinternet, tv/video. Telco's (van oorspong slechts voor telefonie) en cableco's (van oorspong slechts tv) dwingen elkaar hiertoe en boren op deze manier nieuwe inkomstenbronnen aan.

Verglazing van de local loop is duur (capex, vooral voor het openen van de stoep) en bedrijven schuiven dit dan ook voor zich uit. De onderbouwing voor verglazing is technisch van aard (fiber als ultiem medium), maar ook financieel (capex vs. opex), markttechnisch (nieuwe toetreders) en beleggingstechnisch (hoe reageert de markt?):
  • Technisch. Over het algemeen is men het erover eens dat fiber het ultieme medium is. Dat betreft zowel performance (bandbreedte dus capaciteit en snelheid, maar ook QoS: quality of service) als onderhoudskosten (opex).
    Totdat het zover is, houden bedrijven doorgaans vast aan de prestaties van koper (opgewaardeerd met DSL-technologie) en coax (met DOCSIS-technologie). De nieuwste DSL-variant (VDSL2) gaat tot zo'n 100 Mbps en de nieuwste DOCSIS-variant (DOCSIS 3.0) gaat tot 160 Mbps.
    Ook mensen die betrokken zijn bij nieuwe ('revolutionaire') draadloze technologieen (zoals WiMAX, xMax, LTE, 4G) willen nog wel eens twijfelen aan de noodzaak van fiber in toegangsnetwerken.
  • Financieel: FTTH is duur (capex), maar biedt tevens kostenbesparingen (opex). BT zegt de business case van FTTH niet rond te krijgen, terwijl Verizon (VS) en NTT (Japan) het wel kunnen.
  • Markttechnisch: Nieuwe toetreders met gedurfde plannen dwingen enkele PTT's het FTTH-pad op (zie boven), met name in Frankrijk en Japan. Wanneer voelt KPN de druk van Reggefiber dermate toenemen dat het ook een landelijk FTTH-plan moet maken? Vroeg of laat zal het wel zover komen, want KPN behoort tot de partijen die in beginsel het belang van FTTH erkennen. Ook is het een manier voor PTT's om weer een voorsprong te nemen op de kabel.
  • Beleggingstechnisch: De vraag voor het management is ook: hoe reageert de beurs op een FTTH-plan?
    De kabel heeft er net een kostbare opwaardering op zitten en heeft er nauwelijks geld voor. (Toen Comcast recent het capex-budget verruimde, reageerde de koers direct negatief.) Het coaxnetwerk was namelijk gebouwd voor analoge TV (dus niet tweeweg) en moest geschikt gemaakt worden voor tweeweg digitale signalen. Daarbij is glasvezel tegelijk verder doorgetrokken naar de klant. In dat opzicht heeft de kabel een voorsprong genomen op telecomnetwerken. Let wel: telecomnetwerken zijn altijd al tweeweg geweest (immers, bellen vergt tweeweg, het ontvangen van TV niet).
    Telecombedrijven (PTT's) dragen nog de littekens van de internetbubble en denken een gedurfd FTTH-plan niet aan de markt kwijt te kunnen.

Van land tot land zijn er grote verschillen:
  • Nederland: de kabel heeft FTTH categorisch afgewezen. KPN wilde gezamenlijk een Deltaplan Glas uitvoeren (1 netwerk te bouwen door alle participanten), maar zag dit dus getorpedeerd. KPN vindt een landelijk FTTH-netwerk te duur om in z'n eentje aan te leggen en beperkt zich tot greenfieldprojecten. Reggefiber (van Dick Wessels) voert een sluipende aanval uit op KPN, met tal van lokale initiatieven. Bijvoorbeeld in Nuenen hebben KPN en de kabel bijna geen abonnees meer.
  • Frankrijk: onder druk van 'nieuwe' toetreders Iliad (bekend van de merknaam Free) en neuf Cegetel is France Telecom overstag gegaan en heeft nu ook een ambitieus FTTH plan.
  • Japan: vergelijkbaar met Frankrijk.
  • VS: in dit duopolie land (telco vs. kabel, zonder resellers zoals Tele2) lopen de meningen sterk uiteen. Kabelbedrijf Comcast kan het zijn aandeelhouders niet aandoen wederom zwaar te investeren en zegt dat zijn netwerk goed genoeg is. Wat de telco's betreft doet AT&T geen FTTH (te duur) maar Verizon wel.
  • Algemeen:
    Munifiber: Overal ter wereld bemoeien gemeenten zich er steeds meer mee ('munifiber'), vooral in Scandinavie, Nederland, de VS en Frankrijk. Dit gebeurt vaak via public/private partnerships (PPP), zoals in Amsterdam. In de VS verzetten telco's en cableco's zich met hand en tand. Zware lobby-activiteiten (resulterend in wetgeving) hebben ervoor gezorgd dat munifiber in veel staten slechts moeizaam van de grond komt.
    FTTC: KPN, Deutsche Telekom en AT&T zijn voorbeelden van telco's die een interimstrategie volgen: zij verglazen de local loop niet, maar trekken glasvezel wel verder door naar de klant, namelijk van de centrale naar de straatkast: Fiber to the Cabinet (FTTC). De grote kosten (het openleggen van de stoepen) schuiven ze dus voor zich uit. Voordeel is wel dat vanuit de straatkast VDSL-technologie kan worden toegepast. Dit werkt namelijk uitsluitend op een korte local loop (van maximaal pakweg een kilometer). VDSL is sterk afstandsafhankelijk: de performance verslechtert rap als de klant verder dan een kilometer van de straatkast af woont.